19-11-04
Taifun (2)
Wat bezielt me?
Ik...ik kàn hem niet toevoegen op MSN,
ik kàn'm niet aanspreken, niet mailen, niet bellen....
M'n hart, m'n gehele lichaam laat het afweten.
Op zijn blog was het volgende te lezen...
"Hij heeft me verwijderd uit zijn contactlijst. Een symbolisch gebaar dat niet veel aan de verbeelding overlaat. Voor mijn neus heeft hij de deur gesloten, begrijpelijk, daar niet van, maar ontzettend pijnlijk."
Ik WIST dat enkele mensen van m'n lijst waren gegooid door 'n ongelukkig voorval,
dus ook dat hij er bij zat...
Maar....
Lorre -> aergn
"Ik heb niet de pretentie te denken dat deze post over mij gaat, maar in geval dat - mag je er gerust terug op"
Poging tot luchtigheid.
aergn -> Lorre
"Hoi Lorre, fijn nog iets van je te horen (...)"
Schok.
"(...) het gaat inderdaad over jou (...)"
Schok.
Wat moet ik nu denken?
Is het 't waard om het mentaal moeilijk te hebben over zoiets? over....hem?
Hij die de last van een relatie niet wilde, en me loeihard liet vallen?
Hij, die ooit bij hoog en laag zwoer, dat als ik 'm dumpte, hij op z'n bed
zou liggen huilen?
Hij....
Hij..................
Aergn, als je dit leest...vergeef me. Maak er geen woorden aan vuil, maar vergeef me gewoon.
Later meer
17:40
Gepost door De auteur, in eer en geweten, volgens artikel 1387 van het B.W.
Permalink
| Commentaren (2)
| Email dit
|
Facebook
|
14-11-04
Taifun

atarimae ni namae yondara
soba ni suwatte kureru
atarimae ni warai kaketara
soko ni wa aikotoba
Er is geen verklaring mogelijk voor wat ik voel.
De enige omschrijving die ik eraan kan geven, is dat er een taifun ontstaan is
in m'n hoofd, of waar m'n hart zou zitten.
Ook weet ik dat het oog van die taifun zich rond [hem] heeft genesteld.
Vaak word ik gewekt uit m'n gedachten, onwetend welke dag het is, hoe laat,
of hoe lang ik al aan het denken ben.
's Nachts woedt de storm het hevigst.
Ze vermengt [hem] in bijna elke droom, waarna ik angstig wakkerword.
Hoevaak ben ik niet uit bed gesprongen, naar de kast waar zijn brieven liggen?
Hoevaak heb ik niet de intentie gehad ze te verscheuren, te verbranden of uit
het raam te gooien?
Ik kan het niet.
Sinds een paar weken is [hij] terug...
Ik weet perfect wanneer het begon.
[Zijn] terugkeer van Polen, de reis waar [hij] grote populariteit mee scoorde op [zijn]
blog, bleef niet onopgemerkt.
Onbezonnen las ik dan ook geregeld [zijn] vorderingen.
De avond van [zijn] terugkeer deed me dan ook wat wrange gedachten produceren.
Om ze enigzins te sussen besloot ik m'n bed in te kruipen, en de televisie op te
zetten.
Ik zou nooit voor mogelijk gehouden hebben dat toeval zo wreed kon zijn;
le fabuleux destin d'Amélie Poulain - nota bene de film waaruit [hij] enkele muziekstukken
haalde om op de CD te zetten die ik voor Nieuwjaar zou krijgen.
Het zou [zijn] grenzeloze liefde voor mij bevestigen, en dat deed het ook.
Maar ook de film die we samen op zijn bed, in het ouderlijke huis zagen.
De film, samen met Moulin Rouge,die ik niet kan bekijken zonder aan [hem] te denken.
(Moulin Rouge zelf deed me bij Vincent in tranen uitbarsten.)
Na een tijd werd 't me werkelijk teveel en beval mezelf in slaap te vallen.
Die nacht was de eerste; (te) velen zouden volgen.
Als in een alternatieve bioscoop zag ik [hem] weer, thuis, op school,
op het galabal, in de bed&breakfast, aan de bushalte, in de Vooruit,
op kot, bij Domin, in de Plansjee, overal.
Sindsdien herinner ik me elk plekje van [zijn] lichaam, [zijn] gezicht,
herinner ik me [zijn] geur, [zijn] bewegingen bij het beroeren van [zijn] hals,
[zijn] oren, [zijn] lippen...hoe [zijn] knie eruit zag na de operatie, maand na maand, na maand.
Vraag me niet, echter, [zijn] verjaardatum, [zijn] adres, de naam van [zijn] ouders,
of dingen die niet rechtstreeks rond de ervaring met [hem].
Blijkbaar wreekt zich dit gegeven: elke dag zie ik [hem] , ruik ik [hem] , voel ik [hem] ,
hoor ik [hem] , proef ik [hem], verlang ik naar de periode voor de breuk...
En toch stel ik me steeds weer de vraag - zijn het [zijn] armen rond me die ik mis, [zijn]
lippen die de mijne beroerden; of mis ik [hém] ?
Hield ik van de liefde die [hij] mij gaf, de aandacht die onze relatie fataal is geworden?
Of ben ik ooit écht verliefd geweest, op de jongen die me zeven maanden intens gelukkig maakte?
Waarom?
Waarom komt dit nu?
Nu ik eindelijk vrede begon te nemen met het feit dat [hij] nooit meer meer dan een kennis zou zijn,
met het leven als verstokte vrijgezel, relationofoob, slechts genietend van de plezieren die de 24u
van een dag zouden kúnnen bieden.
Maandenlang was het zien van [zijn] naam, waar dan ook, een reden tot grommen, iets irritants,
iets dat me niet meer van m'n melk zou brengen dan een overwinning van het Vlaams Blok.
Ik kon [zijn] grijnzende smiley's niet zien.
Nu hoef ik [zijn] naam niet eens tegen te komen, of [hij] is er. Altijd wel ergens in.
Niet zelden moet'k m'n ogen uitwrijven om er zeker van te zijn dat [hij] het niet is, die wat verder in de bus zit, in het station in mijn richting komt gelopen, of aan de rechterkant van de aula komt zitten.
De muziek van Moulin Rouge speelt bij mij niet af, of een beklemmend gevoel maakt zich meester van m'n hart....of iets dergelijks.
Ik denk aan [hem], maar denkt [hij] ook aan mij?
Die vraag spookte enkele weken door m'n hoofd.
En nu...recentelijk...in het midden van een emotionele storm, staat [hij] (figuurlijk) voor m'n deur.
Daarover later meer.
13:53
Gepost door De auteur, in eer en geweten, volgens artikel 1387 van het B.W.
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
